Op de lagere school (De Rijslag, met kippen, konijnen en geiten, door mijnheer Völeger werden verzorgd, die je soms mocht helpen als je braaf was geweest) was ik een middelmatige leerling en ik mocht geen toelatingsexamen doen voor de HBS. Om daar op te mogen, moest ik eerst een jaar “overgangsklas” volgen (wat ze nu brugklas noemen?). Hoewel ik best goed kon leren (maar het niet deed), verliet ik na 7 jaar het Johan de Witt Lyceum zonder diploma. Ik was bepaald geen voorbeeldige leerling geweest. Op het eindexamen kwam ik één punt te kort, “reglementair gezakt” heette dat.

Academie
In 1971 ging ik naar de Academie voor Beeldende Kunst te Rotterdam. Daarvan herinner ik me vooral de lessen van Gijs Voskuil, Toon Wegner, Slikkerveer, Thijs Ockerse en Walter Nobbe. In het tweede jaar bleef ik zitten en heb ik de deur van de Rotterdamse academie achter me dicht gedaan (dat ging met een harde knal-wie een mening heeft, heeft ook vijanden-volgens een leraar ontbrak het mij aan “voldoende beeldend vermogen”.). Ik ben verder gegaan op de Vrije Academie Psychopolis in De Gheijnstraat te Den Haag. Daar heb ik twee fijne jaren gehad met leraren als Nol Kroese, Gerard Lutz, Georg Hadeler, Jan
Sierhuis en bij Wil Bouthoorn. Vooral Nol Kroese was een geweldige leraar en een geweldig mens! In die vier jaar academietijd denk ik dat ik het meest van