hem geleerd heb. Na twee jaar vanwege geldgebrek van de Vrije Academie af. Een bestaan als beeldend kunstenaar bleek toen al moeilijk. Drie keer bijna een monumentale opdracht, maar bijna zet geen zoden aan de dijk. Hoe als kunstenaar je brood te verdienen had ik op de academie niet geleerd (en wie wel in die tijd?-een nichtje van me leerde later, op een andere academie, hoe ze bijstand aan moest vragen…). Voor de contra bleek ik niet in aanmerking te komen, mijn landschappelijke werk vonden ze nog wel wat, ik had helemaal niks landschappelijks ingeleverd…. Dus, voor de eerste een uitkering aangevraagd. Na een half jaar was ik van dat gezeur af toen ik een baantje als schoonmaker voor halve dagen kreeg. Kon ik me de andere halve dagen mooi met de kunst bezig houden. Na een jaar verwisselde ik het schoonmaakbaantje voor een parttimebaantje als assistentbeheerder in jeugdcentrum Kommunika.

Muzikant
Al van eind middelbare school verdiende ik trouwens tussendoor ook nog wat (eigenlijk veel meer dan ooit als beeldend kunstenaar) als muzikant. Op de middelbare school in een bandje
met Michiel Brink, Joop van Esch, Ruud ? en Frank Heerema. Speelde ik wasbord, waar ik, met m’n slecht ontwikkelde ritmegevoel, werkelijk niks van bakte, maar Michiel speelde al mondharmonica. Met Alex de Grote ging ik later onder meer één keer in de week de eettentjes