Bert Scheijgrond  - Beeldend Kunstenaar

                                 olieverfschilderijen, aquarellen en tekeningen

Geopende pagina: Home / Gratis E-boeken


ol-005-bs.jpg




Bezoekersaantallen:


Vandaag:20
Gisteren19
Deze maand:292
Totaal:10033
Hoogste aantal:70
Datum hoogste aantal:2011-02-28
Pagina's vandaag:93
Pagina's totaal:112965
Sedert:2011-01-24

JoomlaStats Visitor Details

Unknown Unknown
Unknown Unknown
Unknown Bot Unknown Bot
Your IP: 38.107.179.240


E-boeken
Gratis downloads van boekjes en artikelen in pdf-formaat en één niet gratis boek over de zmrb Bernard van Leer
De artikelen en boekjes in pdf-formaat zijn gratis te downloaden door op het plaatje links van de beschrijving te klikken. U dient Adobe Reader op uw computer geïnstalleerd te hebben om de bestanden te kunnen openen. U kunt Adobe Reader gratis downloaden door op dit logo te klikken:get_adobe_reader

De E-boekjes zijn in formaat  A5 (twee pagina's op een A4).
bvl de Bernard van Leer geschiedenis van een zelfrichtende reddingboot - reddingstation Scheveningen 1965 - 1997

Dit is geen E-boek, maar een door De Nieuwe Haagsche uitgegeven boek over de Bernard van Leer. In Scheveningen verkrijgbaar bij "Bij nader inzien", Heemraadstraat 219, 2586 SW, tel.: 070-3500430 (geopend donderdagmiddags, vrijdags en zaterdags), te bestellen bij de boekhandel onder ISBN nr 978-90-77032-69-5 of bij de uitgever door op de afbeelding links van deze tekst te klikken.

De zelfrichtende motorreddingboot Bernard van Leer was de derde van een serie van vijf door de Koninklijke Noord- en Zuid-Hollandse Redding Maatschappij in de periode 1960 - 1968 in de vaart gebracht reddingboten van het type Carlot. Ze werd in 1965 door Scheepswerf Gebr. Niestern te Delfzijl gebouwd en te Scheveningen in dienst gesteld. S.C. den Heijer en zijn bemanning redden met de Bernard van Leer op 29 december 1967 in een spectaculaire actie de bemanning van de SCH 255 Pieter Junior. Maar de meeste roem zou de Bernard van Leer oogsten met de redding van de opvarenden van radiozendschip Veronica op 2 april 1973. Deze bij orkaankracht volbrachte reddingsactie actie bracht boot en bemanning landelijk grote publiciteit en werd met de grote zilveren reddingmedaille beloond. In totaal voer de Bernard van Leer vanuit Scheveningen 637 keer ter redding uit, waarbij 541 personen en 5 honden veilig aan wal gebracht werden. De auteur, die zelf van 1980 tot en met 1997 op de Bernard van Leer mee voer, neemt u mee op zee op reddingsacties bij stormweer en ruwe zee. Maar ook bij mooi weer en op vergeefse tochten als die voor de gestrande Rio Grande en Maersk Yare. Zo probeert de auteur een beeld te schetsen van wat de bemanning van een boot als de Bernard van Leer zoal mee kon maken. In 1991 werden de beide Nederlandse reddingmaatschappijen K.N.Z.H.R.M. en K.Z.H.M.R.S. tot een maatschappij samengevoegd: de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij. Sedert voerde de Bernard van Leer de letters KNRM op haar flanken. De Bernard van Leer werd in 1997 uit dienst gesteld en door de KNRM naar IJsland verkocht. Het boek behandelt de periode 1965 tot 1997. Over de IJslandse periode waren, ondanks de moderne communicatietechnieken van vandaag, geen gegevens te verkrijgen. In het boek wordt ruim aandacht aan de technische details, bemanning, opleiding en onderhoud van de Bernard van Leer gegeven. Daarnaast bevat het een lijsten met technische gegevens, wijzigingen, bemanning en reddingen. Het boek telt 123 kleuren- en 54 zwart/wit foto’s, waarvan de meesten niet eerder gepubliceerd werden. Het boek wil vooral een goed beeld van een voorbije periode uit de Nederlandse reddinghistorie geven. Het boek is uitgevoerd als paperback en in full-colour gedrukt.

jve de Jan van Engelenburg - een Nederlandse reddingboot van het type Johannes Frederik
Op zoek naar een type snelle reddingboot adopteerden de Nederlandse reddingmaatschappijen het type Medina van de Engelse zustermaatschappij RNLI. De RNLI zag zelf af van het project en gaf de voorkeur aan de ontwikkeling van de types Trent en Severn. De Nederlandse reddingmaatschappijen ontwikkelden uit de medina uiteindelijk het Johannes Frederik-type reddingboot dat na de fusie van de beide maatschappijen het standaardtype havenreddingboot van de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij werd en de boten van het type Carlot en Koningin Juliana moest vervangen. De Jan van Engelenburg was de derde boot van het type Johannes Frederik. Vanuit station Tereschelling voerde de Jan van Engelenburg enkele spectaculaire reddingsacties uit. Haar acties tijdens stationering op station Scheveningen waren heel wat minder spectaculair. Reddingsacties werden afgewisseld met mankementen van technische aard. Eén zo'n mankement kostte de bemanning van de Jan van Engelenburg bijna het leven.

Zelfrichtende motorreddingboot Johanna Louisa
De Johanna Louisa was de laatste van een serie van vijf reddingboten van de Carlot-klasse. Ze waren ontwikkeld uit de in 1927 door de toenmalige Noord- en Zuid-Hollandsche Redding Maatschappij in de vaart gebrachte Insulinde. Deze boot was ontsproten aan het brein van de beroemde Groningse reddingbootschipper Mees Toxopeus.

jvz Zelfrichtende dubbelschroefs motorreddingboot Javazee
In 1963 had de Koninklijke Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen een geheel nieuw type reddingboot in de vaart genomen. Bij de grote havenreddingboten van het type Insulinde en haar opvolgsters van de K.N.Z.H.R.M. werd het zelfrichtend vermogen verkregen door een laag zwaartepunt vanwege een zware kielplaat en het gewicht van de motoren in combinatie met een kieptank in de stuurboordszijde. De kieptank liep bij kapseizen vol en veroorzaakte instabiliteit wanneer de boot ondersteboven lag. Hierdoor kreeg de boot dan helling en de zwaartekracht uitgeoefend op de kielplaat en motoren deed de boot weer richten. Bij de Koningin Juliana van de K.Z.H.M.R.S. bleef die kieptank achterwege. De boot had eveneens een laag zwaartepunt door de motoren en een zeer zware kiel. Daardoor was de boot wanneer ze ondersteboven lag, dermate instabiel, dat ze zich bij de geringste beweging weer zou richten.

suz Zelfrichtende motorreddingboot Suzanna.
Op 30 oktober 1968 werd bij scheepswerf Gebr. Niestern te Delfzijl de voor rekening van de Noord- en Zuid-Hollandse Redding Maatschappij gebouwde zelfrichtende motorreddingboot Suzanna te water gelaten. De boot werd na afbouw te Den Helder gestationeerd, waar ze op 14 december in dienst gesteld werd. Op 20 september 1997 werd ze door de Dorus Rijkers, een nieuwe snelle reddingboot van het type ‘Johannes Frederik’, vervangen. Ze werd daarna ingedeeld bij de reservevloot van de KNRM en in 1997 aan de IJslandse reddingmaatschappij verkocht. Op 16 april 1998 verliet ze voor de laatste maal haar thuishaven voor de 1200 mijl lange reis naar haar nieuwe reddingstation aan de noordoostkust van IJsland. De Suzanna was de laatste van een serie van vijf boten, waarvan de ‘Carlot’ als eerste in 1960 in de vaart kwam. Ze had een lengte van 20,37 m., breedte van 4,15 m. en diepgang van 1, 40 m. en een waterverplaatsing van 53 ton. Twee motoren van elk 140 pk dreven elk een vijfbladige schroef aan en waren goed voor een maximum snelheid van 10,6 knopen.

arc Oliebestrijdings- en onderzoekingsvaartuig Arca operationeel:
Na een inwerkperiode van drie maanden is het nieuwe vaartuig van Rijkswaterstaat, de Arca, in gebruik genomen. Het schip werd bij Scheepswerf Slob te Papendrecht gebouwd. Hoofdaannemer was Damen Shipyards. Op 1 augustus vond de papieren overdracht plaats en op 18 september werd de werfvlag voor die van Rijkswaterstaat gewisseld. De Arca is een multi-functioneel schip en vervangt zowel het oliebestrijdingsvaartuig Small Agt als het milieuvaartuig Holland. De relatief lange inwerkperiode vindt vooral zijn oorzaak in de enorme hoeveelheid uiterst geavanceerde techniek die in het schip is gestopt. De Arca is min of meer een varende computer met veegarmen.

car SCH 81 ‘Carolien’: Nieuwe supertrawler voor Cornelis Vrolijk
De recent in de vaart gebrachte vriestrawler SCH 81 ‘Carolien’ vormt het levende bewijs dat aan de expansie van de Nederlandse hektrawlervloot nog steeds geen einde lijkt te komen. Naast de twee kleinere spanvistrawlers ‘Wiron I’ en ‘Wiron II’ bezitten de vier Nederlandse hektrawlerrederijen nu dertien grote vriestrawlers. De kleinste meet 1877 brt. en heeft een vermogen van 3670 pk, de grootste 7153 brt en 10400 pk. Te samen meet de vloot circa 60.000 brt en het gezamenlijke machinevermogen bedraagt ruim 86.000 pk. Daarnaast bezitten de reders nog een aantal grote vriestrawlers die onder Franse, Engelse en Duitse vlag varen. De wateren ten westen van Afrika lijken steeds meer het belangrijkste vangstgebied voor de pelagische hektrawlervloot te worden. De ontwikkeling van de laatste twee decennia laat zien, dat naast aanvoer in bulk, kwaliteit van het diepgevroren produkt steeds belangrijker wordt. Dat is aan boord van de nieuwe SCH 81 ‘Carolien’ dan ook goed te zien.

hol De Holland op groot verlof
De sleepboot Holland van de Terschellingse rederij Doeksen was jarenlang een begrip in de wereld van berging en sleepvaart. Boot en bemanning oogstten roem met vele vaak spectaculaire bergingen. Terschelling en de Holland hoorden bij elkaar. Ook toen het schip voor Rijkswaterstaat ging varen bleef haar thuishaven Terschelling. Maar uiteindelijk bleek een scheiding tussen de beroemde boot en haar vertrouwde thuishaven onvermijdelijk.

iug I Ugo zinkt na urenlange vergeefse strijd Rotterdamse bergers
De Roemeense kustvaarder I Ugo is na een urenlange vergeefse strijd van Rotterdamse bergers op circa dertig mijl noordwest van Hoek van Holland ten onder gegaan. Het drama van de I Ugo ving aan in de zeer vroege uren van zaterdagmorgen 4 maart. Er stond die morgen een stormachtige noordwesten wind kracht 7 à 8 en een aanschietende zee. Het zicht werd regelmatig belemmerd door elkaar snel opvolgende hagel- en sneeuwbuien. Op zich geen probleem voor een goed zeeschip als de I Ugo, dat die morgen met een lading ijzerertsresidu in haar ruimen welgemoed zee koos met bestemming Israël.

tri de Trix - geen zeillogger voor Scheveningen
Toen op 12 november 1996 de oude roestige vrachtlogger Trix de Scheveningse haven binnen liep, wist Dirk de Boer: ‘Gelijk al dat er erg veel werk in zat. Wat ik heb gedaan in de eerste twee, drie maanden is rotzooi opruimen en de masten en lieren eraf halen’. Dirk was sedert december 1996 leermeester bij het werkgelegenheidsproject ‘Trix’. Onder zijn en de leiding van collega Rits Winselaar moesten banenpoolers en jongeren uit het Jeugd Werk Garantieplan (JWG) van de Trix weer een zeillogger maken. Want de ‘Trix’ moest weer gaan zeilen.
 

aq-010-bs.jpg